In de media
16/03/2002
Het Financieele Dagblad
Ik zei het je toch [30-31]
16/03/2002
Het Financieele Dagblad
Ik zei het je toch [30-31]

 

Tijdschrift Nexus met veelzijdig dubbelnummer over de wereld na 11 september 2001 (Nexus 30-31)

 

 

De lat ligt hoog: 'Het Nexus Instituut bestudeert het Europese cultuurgoed in zijn kunstzinnige, levensbeschouwelijke en filosofische samenhang om zo inzicht te bieden in eigentijdse vragen en uitdagend vorm te geven aan het cultuurkritische debat.' Steevast prijkt de zin fier op de laatste pagina van edities van het tijdschrift in boekvorm dat het instituut uitgeeft. Geen recente, of minder recente, ramp smeekt er dringender om zo goed mogelijk bemeten te worden aan 'kunstzinnige, levensbeschouwelijke en filosofische samenhang' dan de verwoesting der Twee Torens en de inslag in de Vijfhoek van gevestigde militaire macht. In de eerste aflevering na het inferno worden de Nexus-lezers veelzijdig en boeiend bediend. Vijf bijdragen nemen XI*IX*MMI als leidraad. De Amerikaanse bestuurskundige Benjamin Barber (1939), die met Jihad versus McWorld (1995) een mondiale bestseller schreef, bespreekt terreur en angstpolitiek onder de titel 'De oorlog van allen tegen allen'. Hij schetst de anarchie binnen huidige wereldverhoudingen. Als niet heel de mensheid binnen democratische sferen komt, is volgens hem de strijd tegen terrorisme gedoemd tot falen. De Brit Steven Beller (1958), gespecialiseerd in moderniteit, etniciteit en historiciteit in Midden-Europa, signaleert consequenties van de Amerikaanse onttrekking aan verantwoordelijkheden die de enig overgebleven supermogendheid niet zonder mondiaal onheil kan ontlopen. Bellers eerste reactie na het nieuws is: 'Ik zei het je toch!' De yankee-diplomaat Richard Holbrooke (1941), tijdens de jaren negentig in een hoofdrol voor vormgeving van internationaal politiek beleid 'made in the USA', hield precies een maand later, op 11 oktober 2001, te Tilburg de jaarlijkse Nexus-lezing. Vóór 11 september was zijn onderwerp al bepaald op 'Het Amerikaanse belang in Europa en het Europese belang in de Verenigde Staten'. Het werd in één klap relevanter dan ooit. De Nederlandse journalist Wim Kayzer (1948), die via televisie eerder alert reageerde op het televisiegenieke drama in een VPRO programmareeks, kiest een uiterst persoonlijke vorm: een barokke brief aan zijn vriend Menachem Arnoni (1922-1985), waarvan de aanhef is gedateerd op 14 november, 7 uur in de ochtend, en waarvan het eind luidt: 'Het is 15 november 2001. Een omhelzing.' De vier teksten beslaan 95 volle pagina's in Nexus 2001 nummer 30-31. Het kwartet wordt een kwintet door het essay 'De wijsgeer koning' van Rob Riemen, directeur en hoofdredacteur van Nexus. Riemen denkt sinds jaar en dag dat wat zich boven de tijd verheft het meest bij de tijd is; zoals hij schrijft in het korte 'Lectori Salutem', vlak voor zijn opstel.
Dat vindt zijn samenhang in de figuur van Plato's Socrates. Als Riemen in de hel Dante is, is Socrates zijn Vergilius. Zoals Vergilius Dante door het Inferno leidde en vergezelde, richt Riemen zich op Socrates, aartsvader van het ethisch denken in het Westen. De Odyssee voert langs Camus, Shakespeare, Ovidius, Nietzsche en Milosz. Ze leert hem dat de ware wijsgeer nooit koning kan zijn - bij King George II Bush ligt die idee inderdaad weinig voor de hand -, dat de ideale staat niet kan bestaan, dat er geen eind komt aan de kwalen der mensheid. Wie adel van geest zoekt vindt volgens hem nergens een betrouwbaar kompas: in politiek noch media, evenmin in Academia of godshuis; voor noch na XI*IX*MMI. Bij die conclusie zijn kanttekeningen te plaatsen. Tolstoj zei het al: 'Het menselijk hart is een donker woud'; wat de één betrouwbaar acht, kan voor de ander een dwaallicht zijn. Daarbij komt dat wat in christelijke kerken aan gelovigen momenteel geestelijk soelaas zou kunnen bieden, van een andere orde lijkt dan wat zich in moskeeën van de verschillende stromingen in de islam in dat opzicht voordoet.
Niettemin wordt het essay van Riemen een huzarenstukje, omdat het een samenhang schept voor de uitgave als geheel. De overige bijdragen aan de uitgave vormen een boeiende achtergrond voor dit hoofdthema.
De onlangs overleden socioloog Pierre Bourdieu zag in elk menselijk handelen een technische en een symbolische dimensie. Deze Nexus-aflevering illustreert Bourdieu's onderscheid boeiend: Barber en Holbrooke, beiden Amerikaan, laten referenties aan symboliek, levensbeschouwing, literatuur, filosofie en kunst achterwege, terwijl Europese Nexus-auteurs erin grossieren - soms duizelingwekkend erudiet. Het technisch machtsidioom en jargon van het huidig Pentagon wijkt steeds verder af van uitingswijze en taal der intelligentsia. Wat symbolisch is heeft een prachtig primaat: het vermogen te stichten, te troosten, te begeesteren. Toegegeven: nogal zachtmoedige en verheven werkwoorden. Echter, de woordenschat van wat technisch is beschikt er niet over. 'Na XI*IX*MMI zal niets meer hetzelfde zijn' is een elders veel gelezen, gemakkelijk opgeschreven verzuchting; na dit halfjaar meestal een stoplap. Na het bloedbad dat kruisvaarders op 15 juli 1099 in Jeruzalem aanrichtten, het slagveld te Kosovo Polje, het Merelveld, waar Turken op 28 juni 1389 een middeleeuwse Servische en Slavische macht vernietigden, na de ondergang van de Ottomaanse vloot bij Lepanto op 7 oktober 1571 en na Hiroshima 6 augustus 1945 zei men het ook. Een tautologie: je kunt het van alles zeggen, als je maar scherp en lang genoeg kunt blijven kijken. Na Hiroshima volstonden drie dagen. Wie erin gelooft, beseft niet dat tijd, zoals al het bestaande, niet éénvoudig, maar tweevoudig is: niet alleen een slechts één keer af te vuren technisch geschut, ook een vastberaden symbolische optocht met bazuinen rond een belegerde stad. De slachting in Jeruzalem is nog springlevend in het collectief geheugen van de Levant; en Milosevic werd op de datum van het Merelveld (28 juni) overgedragen aan zijn rechters. Dagen vergaan, maar keren eveneens terug. Technisch weloverwogen kiezen tussen veranderen of gelijk blijven is illusoir: werkelijkheden veranderen én blijven gelijk. Ook voor geschiedschrijving geldt de paradox. Wat XI*IX*MMI cruciaal maakt, is dat het geweld dramatisch past in een waaier van historisch gegroeide contrasten: rijkdom-armoede, seculier-regulier, constructie-destructie, dominantie-onderdrukking, technologie-psychologie et cetera. De erven Bush, 'incorporated in business against global terrorism', spreken de na XI*IX*MMI ontstane symbolentaal nog onbeholpen. Een gehavende Stars & Stripes van 'Ground Zero' binnendragen bij de opening van de Olympische Winterspelen is niet (goed) genoeg. Dát die taal bestaat en in zeggingskracht toeneemt wordt door deze editie overtuigend aangetoond: een vitale bijdrage aan toekomstig denken over de tragedie.
Onlangs lekte uit - opzet? - dat het Pentagon veel ziet in wat politiek correct 'strategische beïnvloeding' heet. Geen nieuw fenomeen: cultuurgeschiedenis vermeldt mooie politieke revenuen die liegen en demoniseren van de vijand opleveren; van Hunnen, Turken, Russen, Aziaten. Grootscheeps demoniseren is véél goedkoper dan Stealth-vliegtuigen jarenlang in de lucht houden, maar blijft een intellectueel en ethisch zwaktebod. Deze Nexus- editie verdient waardering doordat kritiek vis-à-vis het apparatsjikbeleid van een technocratische rijkeluiszoon niet ontaardt in demoniseren der Verenigde Staten, die zowel voor- als achterhoede zijn van het oude Europa, ooit verscheurd door religieuze achtervolgingen, waarvoor de puriteinse 'founding fathers' al vluchtten.
Toch duikt het woord 'fundamentalist' pas in de vorige eeuw op in woordenboeken; om een nieuw soort godsdienstige - christelijke - groepering in de Verenigde Staten aan te duiden.

 

 

 

Willem Dijkhuis

 

 

 

 

 

 
 

 

Subsidiënt
Logo Universiteit Tilburg Engels

Gemeente Tilburg

Logo Provincie Brabant
   English

 

 

Zoeken
Bookmark this page
Share on Digg Share on Facebook Share on Yahoo Share on Google