Nieuws
 
 

 

 
 
 

 

Geknipt voor u
14/03/2008
Brabants Dagblad
De brug tussen verstand en geloof
14/03/2008
Brabants Dagblad
De brug tussen verstand en geloof

 

 

 

 

Het is een opmerkelijke uitspraak voor iemand die bekend staat als ongelovig, als agnost: in een open democratische samenleving hebben ook religieuze argumenten het volste recht van spreken en moeten ze gelijkwaardig worden meegewogen, zelfs als ze uit fundamentalistische hoek afkomstig zijn. Nog opmerkelijker was het moment waarop de Duitse filosoof Jürgen Habermas die stelling verkondigde.
Een maand na de aanslagen van 11 september 2001, toen uit vrijwel alle monden vooral spierballentaal te beluisteren viel, riep hij op tot bezinning en gezond verstand. Laten we de moslimfanaten niet platbombarderen, betoogde hij, laten we met hun in gesprek gaan, zelfs als ze het moderne westen vijandig gezind zijn.

Habermas hield zijn toespraak over 'Geloven en Weten' bij zijn aanvaarding van de prestigieuze vredesprijs van de Duitse Boekhandel. Zijn pleidooi voor een rechtvaardige plaats voor religieuze overtuigingen in het maatschappelijk debat werd onder meer door de katholieke kerk omarmd als een steunbetuiging. Hij kreeg onder meer bijval van de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger, de huidige paus Benedictus XVI, met wie hij in 2004 een discussie voerde.

Het Nexus Instituut, de onafhankelijke culturele denktank aan de Universiteit van Tilburg, heeft Habermas uitgenodigd zijn ideeën verder toe te lichten. Zaterdag 15 maart houdt hij de jaarlijkse Nexus-lezing in de aula van de universiteit. Hoewel Habermas niet bekend staat als een gemakkelijk toegankelijke denker -zijn ruim 1100 pagina's tellende standaardwerk 'Theorie des kommunikativen Handels' verwierf mede daarom de bijnaam 'het blauwe monster'- geniet hij wereldwijd enorme faam en is de lezing al weken uitverkocht.

In Tilburg zal Habermas ingaan op de positie van religie in de 'post-seculiere samenleving'. Als de aanslagen van 11 september één ding hebben bewezen, meent hij, dan is het dat de rol van religie in de samenleving nog lang niet is uitgespeeld en eerder aan kracht en invloed lijkt te winnen. Of we dit toejuichen of niet, we zullen dit gegeven volgens Habermas moeten accepteren en daar een antwoord op moeten geven.
Net als zo vele anderen koesterde ook Habermas jarenlang de verwachting, dat religie steeds meer in de marge zou worden gedrongen. Dit proces, dat begon met de scheiding tussen kerk en staat en verder werd aangejaagd door de voortschrijdende modernisering, wetenschap en techniek, zou leiden tot een seculiere maatschappij, waarin religie hooguit in de privésfeer nog betekenis zou behouden.
Habermas juichte deze secularisering toe, omdat deze in zijn ogen bijdraagt aan het democratische ideaal van een samenleving, waarin burgers in een open discussie hun opvattingen en argumenten naar voren brengen, bereid zijn naar elkaar te luisteren en besluiten nemen volgens de weg van de rede en het verstand. In een dergelijke verlichte cultuur, waarin rationele overwegingen boven macht en individuele belangen gaan, is geen inbreng gewenst van godsdiensten die de rede ondergeschikt maken aan dogma's en autoriteit. Het gaat immers om de waarheid en iets is pas waar als redelijke burgers dat in vrijheid en met hun volle verstand aanvaarden en niet omdat bijvoorbeeld de bijbel of de paus ons dat willen doen geloven.
De turbulente ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben Habermas opnieuw aan het denken gezet en hem andere inzichten gegeven. Hij stelt nuchter vast dat religie nog volop aanwezig is en nadrukkelijk een rol voor zich opeist in de samenleving. We moeten luisteren naar wat mensen uit religieuze kringen ons te zeggen hebben, vindt hij. Alleen al omwille van de rechtvaardigheid moeten we iedereen de kans geven zijn opvattingen in te brengen, ook als die ons soms onwelgevallig zijn. Inspraak in een democratie is een recht van alle burgers, ongelovig en gelovig
Het is de vraag hoe het mogelijk is: een redelijke discussie tussen 'ratio en fides', de twee zo verschillende werelden van verstand en geloof. Hoe kan een verstokte atheïst de standpunten van een religieuze opponent serieus nemen, laat staan begrijpen?
Volgens Habermas hoeft dat geen probleem te zijn, als de twee maar bereid zijn de gemeenschappelijke taal van de rationaliteit te spreken. Voor de gelovige houdt dat in dat hij zijn religieuze overtuigingen moet proberen te 'vertalen' in seculiere taal. Als voorbeeld noemt Habermas de ethische discussie over de toelaatbaarheid van wetenschappelijke experimenten met bevruchte eicellen. Een religieus bezwaar daartegen is dat het hier gaat om menselijke wezens die naar het evenbeeld van God geschapen zijn. Datzelfde christelijke argument, maar dan in seculiere taal, luidt dat een bevruchte eicel een onaantastbare status toekomt omdat deze 'drager van grondrechten' is. Dat is taal die ook een atheïst kan begrijpen. Omgekeerd is het volgens Habermas overigens ook zo dat een seculiere burger bereid moet zijn zich open te stellen voor religieuze argumenten. Dat kan, zo meent hij, door op zoek te gaan naar de 'rationaliteit' in geloofsopvattingen.
Op deze wijze kunnen beide partijen elkaar verstaan en kunnen ze in een rationele discussie proberen een meerderheid van stemmen voor hun standpunten te vinden. Het is zelfs niet ondenkbaar dat ze iets van elkaar kunnen leren, waardoor het maatschappelijk debat een meerwaarde krijgt. Zo kan religie volgens Habermas toch nog iets bijdragen aan het democratische ideaal in een post-seculiere samenleving.

 

 

 

Twan van Lierop

 

 

 

 

 

 
 

 

Subsidiënt
Logo Universiteit Tilburg Engels

Gemeente Tilburg

Logo Provincie Brabant
   English

 

 

Zoeken
Bookmark this page
Share on Digg Share on Facebook Share on Yahoo Share on Google