![]() werd geboren in een welgesteld burgerlijk milieu. Hij studeerde letterkunde in Leipzig, Frankfurt en Berlijn, vertaalde Trakl en Kafka in het Hongaars en was van 1923 tot 1929 correspondent van de Frankfurter Zeitung in Parijs. Vanaf 1929 publiceerde hij romans, verhalen, gedichten, essays en toneelstukken. Gedurende de nazi-tijd leidde Márai een teruggetrokken leven in Boedapest. In 1948 ontvluchtte deze prominente vertegenwoordiger van het Bildungsbürgertum het communisme en ging in ballingschap in Zwitserland, Italië en de Verenigde Staten. Zijn boeken werden in Hongarije verboden en verschenen vrijwel onopgemerkt in het buitenland. De laatste jaren van zijn leven leidde hij met zijn vrouw en aangenomen zoon een eenzaam bestaan in San Diego, waar hij in 1989 na het overlijden van zijn vrouw zelfmoord pleegde. Márai wordt sedert zijn herontdekking in 1999 erkend als een van de belangrijkste Europese schrijvers van de twintigste eeuw. Zijn romans Gloed en De erfenis van Eszter werden alom een groot succes. |




























