![]() schreef zijn eerste gedichten als middelbare scholier. Na zijn studies musicologie, film en literatuur en esthetica publiceerde hij gedichten, essays en toneelstukken en maakte hij deel uit van de redactie van literaire tijdschriften. In 1952 kreeg hij een aanstelling als lector wereldliteratuur aan de Praagse filmacademie. In 1965 publiceerde hij zijn eerste roman, De grap, waarin hij het stalinisme aanpakt. Vanwege zijn grote betrokkenheid bij de Praagse Lente kreeg hij in 1970 een publicatieverbod opgelegd. Gedreven door de censuur verkoos hij in 1975 een ballingschap in Frankrijk, waar hij in datzelfde jaar een gasthoogleraarschap kreeg aangeboden aan de universiteit van Rennes. Sinds 1981 is hij Frans staatsburger, nadat hem twee jaar daarvoor het Tsjecho-Slowaakse staatsburgerschap was ontnomen als reactie op zijn roman Het boek van de lach en de vergetelheid (1978). Enkele andere werken van Kundera zijn het toneelstuk Jacques en zijn meester (1971) de verhalenbundel Lachwekkende liefdes (1959--1968), de essays De kunst van de roman (1986) en Verraden testamenten (1993) en de romans Afscheidswals (1970), De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (1984), Onsterfelijkheid (1988), Onwetendheid (2002). Kundera is vele malen onderscheiden, onder meer met de Prix Médicis (1973) en de Europese Literatuurprijs (1982). |




























