Leo Strauss (Duitsland, 1899 -- Verenigde Staten, 1973), opgegroeid in een orthodox Joods milieu, studeerde filosofie, wiskunde en natuurwetenschappen in Marburg, Frankfurt am Main, Berlijn en Hamburg, waar hij promoveerde bij Ernst Cassirer. Na studieverblijven in Parijs en Cambridge emigreerde hij in 1938 naar de Verenigde Staten, waar hij doceerde aan de New School for Social Research in New York en, vanaf 1949, aan de University of Chicago, met gasthoogleraarschappen in Berkeley
en Jeruzalem. In 1965 ontving hij een eredoctoraat van de universiteit van Hamburg, en het Grosses Verdienstkreuz van de Duitse Bondsrepubliek. Na zijn emeritaat in 1968 werd hij achtereenvolgens gasthoogleraar in Claremont en Annapolis. Tijdens zijn loopbaan publiceerde hij tal van studies van bekende wijsgerige en theologische auteurs, zoals Die Religionskritik Spinozas (1930), Philosophie und Gesetz (1935), The Political Philosophy of Hobbes (1936), On Tyranny (1948), Persecution and the Art of Writing (1952), Natural Right and History (1953), Thoughts on Machiavelli (1958), The City and Man (1964), Socrates and Aristophanes (1966), en Liberalism Ancient and Modern (1968).
|



























