werd op vijftienjarige leeftijd naar Auschwitz gedeporteerd. In 1945 werd hij in Buchenwald bevrijd. Hij werkte enige jaren als journalist, maar wijdde zich vanaf 1953 geheel aan het schrijven en vertalen. Kertész publiceerde een aantal romans en vertaalde onder meer werk van Canetti, Freud, Nietzsche en Wittgenstein. Bij uitgeverij Van Gennep verschenen in Nederlandse vertaling Kaddisj voor een ongeboren kind (1994), Onbepaald door het lot (1995) en Het fiasco (1997). In 2002 ontving Kertesz de Nobelprijs voor literatuur.
|



























