(overleden in Boedapest, 1971) studeerde aan de universiteiten van Berlijn en Heidelberg. In de jaren dertig en veertig was hij veelal werkzaam aan het Marx-Engels Instituut en het Filosofisch Instituut van de Academie voor Wetenschappen, beide in Moskou. In die tijd was hij tevens redacteur van verschillende literaire tijdschriften. Na de Tweede Wereldoorlog volgde zijn aanstelling als hoogleraar Esthetica en cultuurfilosofie aan de universiteit van Boedapest. Lukács schreef talrijke boeken en artikelen op het gebied van politieke theorie en marxisme, metafysica, esthetica en literatuurkritiek. Zijn werk is sterk beïnvloed door het denken van Kant, Hegel, Marx, Weber, Rosa Luxemburg, Georges Sorel en Georg Simmel. Tot zijn belangrijkste publicaties kunnen worden gerekend Die Seele und die Formen (1910), Die Theorie des Romans (1920), Geschichte und Klassenbewußtsein (1923), Der junge Hegel (1948), Studies in European Realism (1950), Die Eigenart des Ästhetischen (1963) en Zur Ontologie des gesellschaftlichen Seins (1976).
|



























