is als hoogleraar Internationale Politieke Economie verbonden aan Johns Hopkins School of Advanced International Studies te Washington. In zijn spraakmakende Het einde van de geschiedenis en de laatste mens (1992, Ned. vert. 1999) bracht hij een discussie op gang over de toekomst en het karakter van de liberale democratie die nog steeds wordt gevoerd. Die standpunten verduidelijkte hij in Welvaart. De grondslagen van het economische handelen (1995). Hij wijt daarin de verschillen tussen ogenschijnlijk gelijksoortige samenlevingen aan verschillen in sociaal kapitaal, het vermogen van mensen om elkaar te vertrouwen. De grote scheuring uit 1999 stelt dat breuk van de jaren ’60 en ’70 plaats heeft gemaakt voor het nieuwe stelsel van sociale en morele waarden van de postindustriële samenleving. Twee latere boeken, De nieuwe mens (2002) en Het bouwen van een staat (2004), bezien respectievelijk de kansen en risico’s van de biotechnologie en het belang van stabiele staten, omdat zwakke of mislukte staten de grootste bedreiging voor de wereldvrede vormen. Recentelijk publiceerde Fukuyama America at the Crossroads: Democracy, Power, and the Neoconservative Legacy (2006), waarin hij nadrukkelijk afstand nam van de neoconservatieve Amerikaanse politiek van de laatste jaren. Fukuyama hield in 2005 de Nexus-lezing (gepubliceerd in Nexus 44). Zijn bijdrage aan Nexus 50 is getiteld ‘De zoektocht naar identiteit’.
|



























