![]() is volgens kenners de grootste kunsthistoricus van de 20ste eeuw. In de jaren dertig bleef hij na een college-tour — voorgoed — achter in de VS, om het opkomend nazibewind in Duitsland te ontlopen. Hij verwierf als wetenschapper onsterfelijkheid met meesterwerken als Studies in Iconology (1939), The Life and Art of Albrecht Dürer (1943) en Early Netherlandish Painting (1953). Zijn invloedrijke essay ‘Et in Arcadia ego. Poussin en de elegische traditie’ verscheen voor het eerst in Philosophy and History, Essays Presented to Ernst Cassirer (1936) en werd daarna opgenomen in Meaning in the Visual Arts (1955). [100609] |




























