studeerde Germaanse filologie en werd lerares in het middelbaar onderwijs te Brugge. Later werd zij belast met het inventariseren van Guido Gezelles handschriften. Zij schreef de biografie van Gezelle en vertaalde werk van Hugo Claus in het Engels. Als dichteres debuteerde zij in 1948 in Dietsche Warande en Belfort. In 1958
verscheen haar eerste bundel, Gedichten 1946-1958. Haar poëzie wordt gekenmerkt door een grote gedrevenheid en een retorisch taalgebruik met veel symboliek. In 1992 ontving zij de Prijs der Nederlandse Letteren. Miroirs (2002) bevat haar dichtwerk vanaf 1946. In 2004 verscheen haar verzameld proza onder de titel Uitgespaard zelfportret. |



























