Waarom leren we onze kinderen niet gewoon thuis wat ze moeten weten om zich later in de maatschappij zelfstandig staande te kunnen houden?
Het is tenslotte nog niet zolang geleden dat zelfs in de Westelijke wereld verreweg de meeste kinderen afhankelijk waren van de kennis en ervaring, die hun ouders hen konden meegeven. Slechts enkele welgestelde ouders konden het zich veroorloven voor de educatie van hun kinderen een gouverneur of gouvernante in te huren. Maar hieraan ontstond pas behoefte toen in de evolutie van de beschaving de intellectuele ontwikkeling van de mens zoveel kennis had voortgebracht, dat het voor ouders niet meer mogelijk was om naast hun maatschappelijk functioneren deze kennis in voldoende mate aan hun kinderen over te dragen. Als onderdeel van de opvoeding werd deze kennisoverdracht de taak van de onderwijzer. Thans beschouwen wij het als vanzelfsprekend, dat de overheid voor iedereen onderwijs aanbiedt voor onze kinderen.
Het ongeluk wil dat het onderwijs bij de overheid niet in goede handen is geweest. Daar is men het nu wel over eens. Maar omdat er geen doden zijn te betreuren (de toenemende criminaliteit even buiten beschouwing latend), is er nog geen sprake van een absolute voorrang voor herstel, zoals destijds de herhaling van de overstromingsramp van 1953 werd voorkomen met de uitvoering van het deltaplan. Toch zijn de gevolgen van falend onderwijs desastreuzer voor de toekomst van een land dan een overstroming. Aandacht voor het probleem is er nu echter volop. In 2007 verscheen nr.49 van de publicaties van het NEXUS instituut, een kosmopolitische club van intellectuelen. In een reeks van bijdragen wordt impliciet, maar ook wel expliciet de essentiële rol van de onderwijzer, de leraar beklemtoond, die niet alleen de weg wijst in de door hem of haar onderwezen kennis, maar die zich hierbij als mens, als voorbeeld presenteert aan zijn of haar leerlingen. Hij of zij moet de drang kennis te verwerven uitstralen, de overtuiging belichamen van het de moeite waard zijn van uiterste inspanning. Hij of zij moet het voorbeeld zijn hoe met verantwoordelijkheid te functioneren in de maatschappij.
De in Hongarije geboren hoogleraar sociologie aan de universiteit van Kent, Frank Furedi, merkt op dat het onderwijs lijdt aan drie verwoestende invloeden die in veel opzichten uniek zijn voor onze tijd.
Ten eerste heeft de huidige pedagogie het geloof in het belang van kennis en het zoeken naar waarheid verloren. Opvoeders hameren er steeds meer op dat iets als dé waarheid niet bestaat, en kinderen wordt vaak ingeprent dat er vaak geen goede of foute antwoorden zijn. Die relativistische omslag in de pedagogie heeft belangrijke gevolgen voor de epistemologie en de kwaliteit van het intellectuele leven in het Westen.
De tweede verwoestende trend die het onderwijs teistert, is de troonsverheffing van het filisterdom in de pedagogie. Het streven naar normen van uitmuntendheid wordt vaak als ‘elitair’ veroordeeld door schijnbaar verlichte opvoeders. Vormen van onderwijs die kinderen werkelijk uitdagen en die door sommige kinderen moeilijk worden gevonden, worden verketterd omdat ze niet iedereen binnen de boot houden. Er zijn altijd kleinburgerlijke invloeden in het onderwijs geweest, maar pas de laatste tijd worden anti-intellectuele idealen zelfverzekerd uitgedragen door opvoeders.
De derde belangrijke invloed die zich in onze tijd aftekent, is een radicaal nieuwe manier waarop kinderen worden gezien door opvoeders. In de laatste decennia is het gewoon geworden kinderen als tere zieltjes te zien, emotioneel kwetsbare wezentjes van wie je niet kunt verwachten dat ze een echte intellectuele uitdaging aankunnen. Volgens richtlijnen van een bekend pedagoog (Alan Johnson) moesten onderwijzers kinderen vijf keer vaker belonen dan dat zij ze zouden straffen voor het verstoren van de les.
Hierop aansluitend geeft Frank Furedi drie aanbevelingen voor het inzetten van een herstelproces in het onderwijs. Ten eerste dient het onderwijs gedepolitiseerd te worden. Politici moeten het leerplan niet beschouwen als een podium om hun statements af te geven. Ten tweede moet de samenleving opkomen tegen de tendens de status van kennis en normen te verlagen. Anti-elitair onderwijs is in wezen een maskerade voor maatschappijhervorming. Ten derde moeten we kinderen serieuzer nemen, opkomen voor hun vermogen kennis te veroveren en ze een prikkelende, leerzame omgeving bieden.
Ach, wat moeten de huidige leerkrachten met al die beschouwingen, als ze zich dagelijks weer op weg begeven naar die klas met hedendaagse jeugd. Misschien is het een troost te weten dat de bobo’s uit de intellectuele elite hun hoop op hen hebben gevestigd. De ontwikkeling van de Westerse maatschappij gaf de Amerikaan David M.Steiner, auteur van ‘Rethinking Democratic Education’, in de mond: “ Te ontdekken dat je je kunt verlustigen in de liquidatie van alle cultuur en behagen kunt scheppen in de heiliging van de onverschilligheid.” Dat is wat goed onderwijs moet voorkomen!
Lezers, die ook het onderwijs weer de goede kant op willen zien gaan, kan een lidmaatschap van BON (beter onderwijs Nederland), www.beteronderwijsnederland.nl , worden aanbevolen. Deze in 2006 opgerichte vereniging van leerkrachten en in onderwijs geinteresseerden groeit snel en heeft nu al meer dan 5000 leden. In Ad verbrugge heeft de vereniging een geengageerde, bekwame voorzitter.
|