[...]
Om het omslag van het laatste nummer van het tijdschrift Nexus zit een buikbandje dat zegt: 'Durf ongelukkig te zijn'. Een brutale uitnodiging. Binnenin vind je bepaald niet het geboudeer van de onvoldane jeugd, maar een lang stuk van George Steiner die nog maar weer eens laat zien wat belezenheid, nadenkelijkheid en essayistiek kunnen betekenen. Hij geeft tien redenen voor melancholie, voor de 'al het leven aanklevende treurnis' zoals de filosoof Friedrich von Schelling dat uitdrukte. Die treurnis is gelegen in het denken zelf, in de onvolmaaktheid ervan, de grenzen, de vergeefsheid, de gekmakende overvloed van de gedachten, de onkenbaarheid van andermans en grotendeels ook de eigen gedachten, de onoplosbare vragen. Waar het gaat om 'het raadsel van de aard of het doel - zo er al zoiets is - van ons bestaan' zijn we 'geen centimeter dicther bij een antwoord op de vraag of God al dan niet bestaat' gekomen.
Dat we er niet mee opschieten, dat de vragen onoplosbaar zijn, betekent niet dat we ze overbodig moeten verklaren en ze niet meer moeten stellen, zegt Steiner. 'De duizeling die wordt veroorzaakt door het niet-aflatend stellen van vragen, activeert een leven van permanent zelfonderzoek.'
Zinloze activiteit die tegelijkertijd hoogst vitaal is. Want zelfonderzoek is mooi, mythen, verzinsels, beelden, je zou niet weten hoe je zonder moest leven, maar uiteindelijk - ja, uiteindelijk. Ze lossen niets op, de vragen niet en de antwoorden niet, maar ze leveren wel iets op - een eindeloze rijkdom, toonbeelden van denkkracht, onvergetelijke verhalen, de mooiste poëzie. Muziek. Daar komt Steiner uit, bij de muziek 'dat tantaliserende medium van de geopenbaarde intuïtie aan gene zijde van het woord'.
Is het romantisch wat Steiner hier allemaal beweert? Jawel. Maar soms lijkt juist romantiek het best overweg te kunnen met de vragen naar het leven en de vreemde emoties die je daarin overvallen. [...]
Steiner schrijft: 'Gedachten te diep niet zozeer voor tranen maar voor het denken zelf.'
De tevredenheid van de ouder wordende mensen, daar begon dit allemaal mee. Zit die hem erin dat je leert dat de antwoorden geen antwoorden zijn, dat het grote geluk niet komt, maar dat het leven almaar zo eindeloos veel te bieden heeft, te vragen, te veronderstellen? Nee, het is anders nog, dat heeft het leven niet te bieden, dat ís het leven, het leven van het denkend riet dat de mens is. Zie hem zitten, dik, rimpelig, grijs - maar tevreden met zijn zinloze inzichten, in staat te leven met de treurnis, die, zo zegt Schelling, 'enkel dient tot de eeuwige vreugde die gelegen is in de poging deze treurnis te overwinnen.'
|