[...]
[...] In het dorre landschap van de winter neem ik vandaag een duik in het tijdschrift Nexus. Laat niemand zich erop blindstaren dat ik lid ben van de redactie-adviesraad – ik weet ook nooit vooraf wat er gaat komen en verbaas me net zo hard als ieder ander over de inhoud van dat blad. Voor de aflevering van deze winter heeft hoofdredacteur Rob Riemen gevraagd naar de dromen en verantwoordelijkheden van kunstenaars, wetenschappers, leraren, diplomaten, journalisten en activisten over de hele wereld. Ze zijn allemaal jonger dan veertig en blijken meesters te zijn in het achteruit zwemmen. ‘Opeens voel ik een soort optimistische trekkracht in mijn benen’, schrijft de drieëntwintigjarige schrijver Jonathan van het Reve na vruchteloos getob over zijn afkomst en zijn achternaam, en dan weet hij opeens wat hem te doen staat. Bij kunstenaar Šejla Kameric uit Bosnië-Herzegowina is het getob fundamenteler, maar ook zij weet wat haar te doen staat. ‘Ons begrip en de oplossingen voor veel problemen vereisen enthousiasme en optimisme.’ ‘Ik ben simpelweg schrijver uit enthousiasme’, schrijft de Italiaan Nicola Lecca. ‘De contouren van een oprechte en kosmopolitische solidariteit dagen regelmatig op aan de horizon’, schrijft de in Nederland wonende Igor Secuk uit Bosnië-Herzegowina. Goed, ik wil best toegeven dat ik er speciaal op ben gaan letten, op al dat optimisme en enthousiasme, en dat ik de steekproef niet helemaal objectief heb genomen. Op de een of andere manier had ik er plezier in bij het doorlezen van het tijdschrift overal jonge mensen tegen te komen met optimistische trekkracht in hun benen. ‘Ik ben geboren toen ik dertien was’, schrijft de Noorse schrijver Johan Harstad. Geboren werd hij namelijk pas toen hij een cd cadeau kreeg van Rage Against the Machine, ‘bijna illegale muziek’ in zijn keurige Noorse omgeving. De familie reageerde dan ook tamelijk geschokt op de tekst fuck you I won’t do what you tell me; en de jonge Harstad genoot net zo van die reactie als van de muziek. ‘Ik hield ervan de potentiële tijdbom te zijn die nooit afging.’ Maar het lezen van obscure teksten en het luisteren naar illegale muziek leverden Harstad uiteindelijk volwassenheid op en daarmee een nieuwe drijfveer. ‘Het ging niet altijd om de aanval, het ging er niet altijd om fuck you I won’t do what you tell me te schreeuwen, het ging ook om iets anders, dat minstens zo belangrijk was. Het is moeilijk om er één woord voor te vinden, het laat zich niet gemakkelijk definiëren, maar ik geloof dat het ermee te maken heeft hoe literatuur mijzelf en de mensen om me heen enthousiast kon maken.’ En hij concludeert: ‘Dan zijn mijn boeken ook een soort Rage Against the Machine, een verzetsstrijd tegen de idioterie, de onverschilligheid en de slechte gevoelens, maar dan een verzetsstrijd die gebaseerd is op concentratie en enthousiasme.’ Misschien is het een truc, denk ik, dat enthousiasme. Maar hij werkt wel.
|