In de media
22/12/2007
Financieele Dagblad
Hoop en het woord [48]
22/12/2007
Financieele Dagblad
Hoop en het woord [48]

 

 

 

 

Het hebben van ambitieuze maatschappelijke dromen lijkt sinds de jaren zestig een beetje uit de mode, maar de afgelopen weken kwam er weer een ouderwets geëngageerde schrijfster op mijn pad. Het was de Britse Jeanette Winterson, die in een interview met Vrij Nederland (8 december) duidelijk maakt hoe zeer zij wordt gedreven door bezorgdheid. Over de ‘godsdienstoorlogen die nu woeden’, over de dreigende ecologische catastrofe en over de oprukkende beeldcultuur. ‘Ik wil mijn betrokkenheid tonen’, zegt zij. Als het aan haar ligt, besteedt zij de rest van haar dagen ‘aan het schrijven van betrokken boeken over actuele maatschappelijke kwesties’.

Winterson loopt tegen de vijftig en hoort daarmee net als ik tot de generatie die de verbindingsschakel vormt tussen de idealistische babyboomers en de generatie jonge intellectuelen die nu een steeds belangrijkere plaats opeist in het maatschappelijk debat. Waarbij Winterson toch wat dichter bij de idealisten uit de jaren zestig staat dan bij veel van haar wat koelere, meer materialistisch gerichte generatiegenoten.

Van de generatie dertiger en veertigers wordt vaak gezegd dat zij de idealen helemaal achter zich hebben gelaten en uitsluitend ik-gericht ‘loungend’ en ‘chillend’ door het leven gaan. Het is een generatie die snel van baan wisselt, in het werk al vroeg verantwoordelijkheid heeft gekregen, en daarbij niet altijd ongeschonden uit de strijd is gekomen. De midlifeproblemen duiken soms al voor het veertigste levensjaar op.

Maar hoe ziet deze generatie haar verantwoordelijkheden, wat zijn haar dromen? In het jongste nummer van het tijdschrift Nexus geven nationale en internationale filmmakers, dansers, musici en schrijvers van beneden de veertig jaar antwoord op die vragen. Zij beschrijven wat de Nederlandse theatermaker Eric de Vroedt hun ‘moreel ontwaken’ noemt, het proces van volwassenwording, van het zoeken naar een doel in hun leven.

In de zeer uiteenlopende essays valt op dat maar weinigen min of meer verheven idealen koesteren over het bijdragen aan een betere wereld. De meesten koesteren hun persoonlijke dromen, maar zij zijn vrij bescheiden in hun ambities. Zij willen wegblijven van postmodern relativisme, maar weten niet zo goed hoe.

De Vroedt, geboren in 1972, beschrijft hoe hij als student op de toneelschool besloot zich in te zetten voor de bevolking van Sarajevo, die begin jaren negentig zuchtte onder het beleg van de Serviërs. Hij laat zien hoezeer ook hij geloofde dat kunst de kanonnen zou kunnen stoppen, dat de verbeelding vrede zou kunnen forceren. Tot hij ontdekte dat de Bosnische moslims voor wie hij zich zo inzette, helemaal niet zo moreel hoogstaand en vredelievend waren.

‘Ik waande mij een grote boze kunstenaar; in wezen was het niets dan ijdelheid. Ik wilde graag de held uithangen; in wezen was ik een naïeve meeloper.’ Sindsdien ziet hij het als zijn opdracht om elk ‘moreel ontwaken’ te ontmaskeren als morele verdwazing. Maar tegelijkertijd knaagt er iets. Kan hij werkloos toezien terwijl er wordt gemarteld in geheime detentiekampen? ‘We moeten iets doen’, besluit hij zijn essay. ‘Iets.’

De Italiaanse romancier Nicola Lecca (1976) wil niet onderwijzen, uitleggen, overtuigen of iets bestrijden. Hij schrijft om ‘de vervlakking van ons bewustzijn en ons verstand’ te voorkomen, want die vervlakking betekent voor hem een verlies aan vrijheid. Hij is bang dat zij de voorbode zal zijn voor slavernij en totalitarisme. ‘Bijna alles ontgaat ons’, schrijft hij. ‘Het zou al genoeg zijn als we vaker bij de dingen zouden stilstaan, als we ons bewust zouden zijn van de duizenden mogelijkheden die in elk ogenblik besloten liggen.’ Als hij een missie heeft, dan is het om mensen te stimuleren om zélf te leven, in plaats van geleefd te worden.

Hoewel Lecca verre blijft van alles wat zweemt naar groot maatschappelijk ‘engagement’, heeft hij in het bestrijden van de vervlakking van ons bewustzijn aan Jeanette Winterson een bondgenoot. Zij signaleert dat we steeds minder flexibel worden in ons denken, omdat we onder invloed van de soundbite-cultuur op de televisie eenvoudigweg de woordenschat missen om onze emoties uit te drukken. ‘Als onze taalkennis blijft slinken, zullen we steeds minder van de wereld begrijpen.’

Tussen alle teleurstelling over armoede, milieurampen en vervlakking hebben bijna- vijftiger Winterson en begin-dertiger Lecca hun hoop gevestigd op het behoud van het gesproken en geschreven woord. De complexe wereld in heldere taal proberen te vatten, dat is al heel wat. Maar dat woord moet dan wel gelezen worden, en ook gelezen kúnnen worden.

‘Hoe willen wij lezers verder brengen dan het niveau van twaalfjarigen als het taalgebruik op de televisie dat van twaalfjarigen niet overstijgt?’, vraagt Winterson bijna wanhopig. Waarmee we uitkomen op het generatieoverstijgende belang van goed onderwijs.

Wat zijn de dromen van de generatie beneden de veertig? ‘We moeten iets doen. Iets.

 

 

 

Michiel Goudswaard

 

 

 

 

 

 
 

 

Main Sponsor
   Nederlands

 

 

Search
Bookmark this page
Share on Digg Share on Facebook Share on Yahoo Share on Google