Rob Riemen maakt zich sterk voor eerherstel van het Europees humanisme en rekent af met het 'verraad van de intellectuelen'
Socrates zei het al: een bedachtzaam gesprek voeren, dat is de beste manier om het leven te onderzoeken en het de moeite waard te maken. Rob Riemen, directeur en oprichter van het Tilburgse Nexus Instituut, heeft die les al vroeg ter harte genomen. Hij probeert op alle mogelijke manieren het gesprek te entameren over de crisis die hij waarneemt in onze westerse cultuur.
De aanslagen van 11 september 2001 hebben zijn gevoel voor urgentie alleen maar vergroot, want die aanslagen waren in zijn optiek gericht op de fundamentele waarden van die cultuur. Riemen zoekt het antwoord op die cultuurcrisis in een herontdekking van het Europese humanisme, de geestelijke stroming die het individu en de menselijke waardigheid centraal stelt.
In het humanisme worden grote vragen als 'Hoe moet ik leven?' mede beantwoord aan de hand van levenswijsheid die kunst, muziek en literatuur ons te bieden hebben. Het humanisme is voor Riemen het beschavingsideaal bij uitstek, ook nu dat door de oprukkende massacultuur zo ver is weggezakt dat het in zijn ogen een 'ongesproken taal' is geworden.
Riemen weet het, na twee gruwelijke wereldoorlogen en de Holocaust had dat humanistische beschavingsideaal volledig afgedaan. De mens was eens te meer een wolf gebleken. Maar is er een alternatief voor dat ideaal in een tijd dat we door de globalisering meer dan ooit worstelen met de vraag wat onze culturele identiteit is?
Riemen ziet dat alternatief niet en is er daarom van overtuigd dat geestelijke en morele vorming hard nodig zijn om begrippen als vrijheid, democratie, en waardigheid opnieuw inhoud te geven. Hij heeft zijn net verschenen boek niet voor niets Nobility of Spirit genoemd. Het streven naar 'adel van geest' moet in ere hersteld worden. Riemen treedt daarmee in de voetsporen van zijn grote leermeester Thomas Mann, die in 1945 al een bundel essays publiceerde onder de titel Adel des Geistes.
Riemen brengt in het boek een ode aan Mann, en reconstrueert een aantal gesprekken uit filosofie en literatuur over de vraag wat beschaving zou moeten inhouden en hoe het denken daarover zich heeft ontwikkeld. Hij begint met zijn eigen ontmoeting met Manns dochter Elisabeth Mann-Borgese, die hem er na de aanslagen van 2001 toe aanzet om het oude ideaal van adel van geest relevantie te geven voor de 21ste eeuw.
Waarna onder anderen Socrates, Goethe, Spinoza en de Italiaanse verzetsstrijder Leone Ginzburg de revue passeren, om via hen de wortels en de zeggingskracht van het humanisme bloot te leggen. Riemen doet dat met zo veel flair, dat de vele citaten de vaart toch niet uit het boek halen.
En passant veegt hij de vloer aan met de intellectuelen die de aanslagen van 9/11 niet zagen als een aanslag op de westerse beschaving, maar de gelegenheid aangrepen om kritiek te spuien op het materialisme en de decadentie van de westerse maatschappij. Zij laten hun politieke (deels anti-Amerikaanse) denkbeelden prevaleren boven het fundamentele verschil tussen goed en kwaad. Het verraad van de intellectuelen, noemt Riemen dat, in navolging van Julien Benda's 'verraad van de klerken' uit 1927.
Want juist intellectuelen moeten niet hun politieke denkbeelden, maar de waarheid zelf als enige richtsnoer nemen voor hun denken en handelen. Dat is voor Riemen de kern van het streven naar adel van geest en vergt een moed zoals Socrates die had. Deze was zelfs bereid om de uiterste consequentie te trekken en omwille van de waarheid en zijn integriteit te sterven.
Riemens verre van optimistische visie op de stand van onze beschaving wordt aangevuld en deels bestreden in het vijftigste nummer van het door hem uitgegeven tijdschrift Nexus. In de 746 pagina's die deze jubileumuitgave bevat, buigen vooraanstaande buitenlandse intellectuelen zich op Riemens verzoek over talloze aspecten van het Europees humanisme. Nexus wil daarmee een 'contrapunt' bieden voor wat de hedendaagse maatschappij en universiteiten op dit gebied te bieden hebben en dat is in de ogen van Riemen nagenoeg niets.
Het zijn beschouwingen over taal, muziek, kunst, de kunst van het leven, geschiedenis, godsdienst en over het schaken van Verlichtingsfilosoof Spinoza door de conservatieven. Het is veel, het is zeker niet allemaal gemakkelijke kost, maar de bundel is een gesprek op het allerhoogste niveau. Een gesprek dat filosofisch getint is, maar dat steeds weer uitkomt bij het hier en nu. Bij de problemen waarmee wij als samenleving worstelen, uiteenlopend van de kwaliteit van het onderwijs tot moeilijke vragen over identiteit en multicultureel samenleven.
De Britse cultuurfilosoof George Steiner zet de toon met een kwikzilverig driegesprek tussen de musicus, de dichter en de wiskundige. Hij schrijft over de kracht en de beperkingen van het woord, over de schoonheid van de absolute waarheid van de wiskunde en over de muziek die ons kan meevoeren naar het onzegbare, het transcendente. Om aan het slot te concluderen dat die drie ook nog iets gemeen hebben: in het sonnet, de mis in b-klein en in de stelling van Goldbach overstijgt de mens zichzelf.
De Bulgaarse filosoof Tvetan Todorov schrijft een glashelder stuk waarin hij blootlegt waarover het zo verwarde debat over de multiculturele samenleving zou moeten gaan. De oude Grieken noemden iedereen die geen Grieks sprak een barbaar, en gaven dat woord tegelijkertijd de betekenis onbeschaafd mee. De voor ons zo herkenbare toon voor het 'wij' tegen 'zij' was daarmee vroeg gezet.
Maar in de derde eeuw voor Christus maakt de schrijver Eratosthenes al korte metten met deze tweedeling. Het is beter, zegt hij, om deugdzaamheid en ondeugd als criteria voor een verdeling te nemen: vele Grieken zijn immers slechte mensen en vele barbaren hebben een verfijnde beschaving. Barbarij staat dus tegenover beschaving, schrijft Todorov, dát is het relevante onderscheid. Alleen wie het mens-zijn van de ander weet te erkennen, is beschaafd te noemen, ook als de ander een afwijkende cultuur heeft. Gepraat over 'beschavingen' helpt ons niet verder.
De Canadees Michael Ignatieff, voormalig hoogleraar mensenrechten op Harvard en nu als politicus actief voor de Liberale Partij, zet in zijn essay krachtig vraagtekens bij de stelling dat het humanistische erfgoed wordt bedreigd en dat de cultus van oppervlakkigheid, seks en geweld steeds verder om zich heen grijpt.
Nieuwe technieken als internet maken het gemakkelijker dan ooit om de culturele schatten uit het verleden te ontsluiten, terwijl er veel geld wordt gestoken in musea, bibliotheken en monumentenzorg. Onze cultuur plaatst kennis boven wijsheid, maar dat wil nog niet zeggen dat we in de duistere middeleeuwen leven, schrijft Ignatieff. De humanistische traditie wordt wel degelijk doorlopend geherinterpreteerd, herschreven en herbegrepen. Het humanisme is geen canon of doctrine, maar een plaats voor blijvend debat. Dit nummer van Nexus levert daaraan een belangrijke bijdrage.
Nobility of spirit
Rob Riemen, Yale University Press, 116 blz., euro 20
Nexus 50 Europees humanisme in fragmenten
Uitgeverij Nexus, 746 blz., euro 69,50
Rob Riemen: 'Europees humanisme is ongesproken taal geworden'
FOTO: Robert Goddyn/upa photo
|