"Ons tijdperk wordt niet gekenmerkt door geloof, maar evenmin door ongeloof. Het is een tijdperk van wangeloof, dat wil zeggen een tijdperk waarin men met kracht vasthoudt aan bepaalde overtuigingen, uit verzet tegen andere, en vooral wegens gebrek aan echte overtuigingen.' Zo begint een opmerkelijk essay van Nicola Chiaromonte, een tot nu to vrijwel onbekende Italiaanse intellectueel die in het recenste nummer van het Nederlandse tijdschrift Nexus uitgebreid aan bod komt. Die eerste zinnen doen vermoeden dat het hier niet om een hedendaagse cultuurdiagnose gaat. Ons tijdperk. Echte overtuigingen. Men. Een beetje postmoderne intellectueel gruwt van zulke aanspraken. Wiens tijdperk? Hoezo echt? Wie is men? Bovendien heeft de poging om in één zin het hart, de essentie van een Zeitgeist te vatten altijd iets naiefs, omdat wat je ook zegt, altijd falsieerbaar is. Dat is zowel het oubollige als het aantrekkelijke van dit soort denken: het verheft zich ongegeneerd boven feiten en waarnemingen, het doet uitspraken die veeleer aan de intuïtie en levenservaring appelleren dan aan rede en waarneming.Toch inspireerde Chiaromontes essay Michael Ignatieff tot een paar pregnante opmerkingen in zijn vorig jaar gehouden Nexus-lezing. Ignatieff vertaalt de kern van Chiaromontes jeremiade als de vraag of er nog wel iets is "waarin welgestelde, goed opgeleide Europese liberalen op zekere leeftijd kunnen geloven." En voegt daarbij meteen aan toe" is zo'n geloof wel nodig? Ignatieff confronteert Chiaromontes behoefte aan een metafysische grondslag met het pragmatischer denken van Isaiah Berlin, die meende dat een mens best wel ethisch en moreel consequent kan leven zonder de steunzolen van een trancedent geloof. Ignatieff -biograaf van Berlin- treedt Berlin daarbij in. Als maat van menselijke vooruitgang poneert Ignatieff de vermindering van het menselijk lijden. De betekenis van de geschiedenis, besluit Ignatieff, ligt in onze strijd om onze wreedheid te overwinnen. Tot slot vermeld ik het zeer bevlogen en verhelderende essay van Wojciech Karpinski over de notitieboekjes van Chiaromonte, waaruit een beknopte selectie is opgenomen. Die notities inspireerden Karpinski tot volgende beschouwing over het essay: "Net als sommige wijnen kun je het essay niet goed bewaren. De smaak essay vervlakt buiten de cultuur, de taal en zelfs de generatie waarbinnen het ontstaan is. Dat is het geheid van zijn charme en van zijn vele zwakheden. Het lijdt aan een tekort aan vorm, waarin het zich onderscheidt van de dichtkunst; aan een tekort aan verbeeldingskracht, waarin het zich onderscheidt van verhalend proza; aan een tekort aan denkvermogen, waarin het zich onderscheidt van de filosofie. Het wordt niet ingeperkt door korsetten, die ook hun nut hebben, maar die de verbeeldingskracht, de vorm, het denken onder druk zetten en daardoor van de realiteit doen afdwalen. Indien de schrijver erin slaagt deze barrières te nemen, deze beperkingen te overstijgen, lukt het hem soms iets van de hem onringende wereld te vatten, iets van hemzelf in de wereld, en om dat over te brengen, via het woord, de vorm, de verbeelding, aan zichzelf en aan de anderen, de lezers."
|