Als de zwijgende meerderheid komt demonstreren wordt het vandaag druk op de Dam. En als die meerderheid ophoudt met zwijgen wordt het ook nog behoorlijk lawaaiig. Daar hoopt de organiserende beweging Nederland Bekent Kleur natuurlijk op. Het moet afgelopen zijn met racisme en islamofobie in Nederland. Het is tijd voor eerherstel van solidariteit, respect en tolerantie, vindt zij.
Misschien wordt het zelfs wel even lawaaiig als op de avond van 2 november 2004. Theo van Gogh was net vermoord en ik stond met duizenden anderen verdrietig en geschokt op de Dam. Het was de eerste keer dat ik meedeed aan een 'lawaaidemonstratie'. Al het geschreeuw en getrommel luchtte een heel klein beetje op, maar tegelijkertijd droop de machteloosheid er natuurlijk vanaf.
Ruim drie jaar later is Nederland weer in de ban van een film en gaan de zeeën in het integratiedebat hoog. Geert Wilders geeft de toon aan op een manier die de andere partijen steeds weer in het nauw brengt. Dat leidt tot discussies over boerka's en boerkini's en een nostalgisch en warrig pleidooi van PvdA-leider Wouter Bos voor meer polarisatie in de polder. Dit lijkt mij een moment voor samenbinden, en niet voor het verder op scherp zetten van de verhoudingen.
Je zou bijna uit het oog verliezen waar het nu werkelijk om gaat in het moderne, seculiere en soms tolerante Nederland in het jaar des Heren 2008. Gelukkig nam Jürgen Habermas, Duitslands meest gezaghebbende levende filosoof, afgelopen week de moeite om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden.
Hij betoogde in zijn Nexuslezing dat wij Europeanen in een 'postseculiere' fase terecht zijn gekomen. De secularisatie schrijdt weliswaar voort, maar tegelijkertijd neemt religie in ons bewustzijn weer een grotere plaats in. Niet alleen door de aanwezigheid van migranten binnen onze grenzen en door religieus gemotiveerd terrorisme, maar ook omdat de kerken er in slagen om hun invloed in tal van ethische kwesties nog steeds te doen gelden.
Ook verlichtingsadepten die religie als een middeleeuws relict beschouwen, kunnen er dus van uitgaan dat godsdienst een factor blijft om rekening mee te houden. Habermas vindt dat ook helemaal geen probleem, mits religieuze burgers en groeperingen bereid zijn de constitutionele orde van het land waar zij wonen te aanvaarden. Bijvoorbeeld waar het de gelijkheid van man en vrouw betreft.
De basis voor werkelijk samenleven schuilt voor Habermas in een vorm van gelijkwaardig burgerschap die oog heeft voor culturele verschillen. En dat vergt aanpassing van beide kanten. Voor orthodoxe moslims betekent dat de ontwikkeling van een liberale Euro-islam, die de bestaande constitutionele orde accepteert. Een 'pijnlijk proces' dat tijd kost en bovendien niet door buitenstaanders kan worden afgedwongen.
De seculieren moeten op hun beurt bereid zijn om de religieuzen als gelijken te beschouwen, als leden van dezelfde politieke gemeenschap. Zij moeten de neutraliteit van de staat niet misbruiken om de publieke sfeer te zuiveren van alle religieuze elementen. Religie mag best een rol spelen in het publieke debat, bijvoorbeeld als bron voor zingeving en als basis voor de vorming van identiteiten. Alleen moeten religieuze noties uiteindelijk worden omgezet in een 'taal' die past bij een seculiere, democratische staat.
De benadering van de filosoof geeft geen antwoord op alle praktische vragen, maar het idee van werkelijk gelijkwaardig en gedeeld burgerschap tussen allochtonen en autochtonen verdient meer aandacht dan het nu in de Nederlandse discussies krijgt.
Mede door de polariserende optredens van Wilders ligt het accent voortdurend op de grote en vermeend onoverbrugbare verschillen tussen 'autochtonen' en moslims. Er wordt op het scherpst van de snede een cultuurstrijd uitgevochten die zo principieel van aard is dat alleen in termen van winnen of verliezen wordt gedacht. Voor het inhoud geven van gelijkwaardig burgerschap is dan nog maar weinig breinkracht beschikbaar.
Het is jammer dat Wilders de Nexuslezing niet bijwoonde. Want Habermas maakte een interessante vergelijking tussen Wilders' naar wordt aangenomen provocerende film en de provocaties waarmee studenten in de jaren zestig de gevestigde orde confronteerden. Die studenten hadden goede redenen voor hun optreden, vindt Habermas, want er was geen andere manier om structuren te doorbreken en onderwerpen op de politieke agenda te krijgen. Maar geldt dat nu ook voor Wilders?
Hij heeft gezien de vrijheid van meningsuiting het volste recht om de film te vertonen, maar de vraag blijft welk redelijk doel daarmee is gediend. Wilders kan in het parlement het woord voeren en heeft bepaald niet te klagen over toegang tot de media. Hij heeft dus legio kansen gehad en benut om zijn kritiek op de islam te ventileren en is daarin ook zeker niet de enige geweest. Zijn nieuwe provocatie is lawaai om het lawaai. Maar wel lawaai dat onschuldige mensen het leven kan kosten.
Michiel Goudswaard is redacteur van Het Financieele Dagblad. Goudswaard@fd.nl
Wilders heeft volste recht om zijn film te vertonen, maar welk redelijk doel is daarmee gediend?
|