fragment
De Sloveense socioloog Slavoj Zizek is flink op dreef. Met heftige armgebaren houdt hij een pleidooi voor het pure marxisme. Het publiek vindt zijn theatrale betoog prachtig, maar naast hem op het podium ergert een kleine vrouw zich dood. Ze rolt met haar ogen, draait zich steeds verder van hem af en als ze eindelijk het woord mag nemen, zegt ze: ‘Wow, what a noise, I guess I will take a shoe.’
Met deze toespeling op haar beroemde grootvader grootvader Nikita Chroesjtsjov presenteerde Nina Chroesjtsjova zich begin september als een van de gastsprekers van de Nexus-conferentie. Dat ze dit zó deed, was opmerkelijk. Een dag eerder tijdens een interview in de lounge van haar Amsterdamse hotel reageerde ze in eerste instantie gereserveerd op iedere verwijzing naar de sovjetleider die in 1960 heetgebakerd met zijn schoen op de tafel sloeg tijdens een conferentie van de Verenigde Naties over dekolonisatie. Want, liet ze afgemeten weten, ze was voor de conferentie uitgenodigd niet ‘als kleindochter van Chroesjtsjov’ maar vanwege háár carrière.
Roerend in haar kopje koffie zegt ze: ‘Wat mij interesseert is hoe politiek is geworteld in de historie en het karakter van een land.’
|