Wat een goede titel al niet doet. Nobrow noemde John Seabrook zijn boek: “over de cultuur van marketing en de markering van cultuur.” Het boek beschrijft hoe het oude onderscheid tussen highbrow en lowbrow, tussen kunst en amusement, verdwijnende is. Lang gold complexe kunst per definitie als waardevoller dan eenvoudige, oud als grootser dan nieuw. In de nieuwe orde draait het om de marketingwaarden als snelheid en verkoopsucces. In deze cultuur van nobrow versmelten kunst, media en lifestyle en draait het om hypes, om een ‘hierarchy of hotness’.
Seabrooks boek was in de Verenigde Staten een succes. Dat maakte hem, schrijft hij in zijn nawoord, tot ‘marketeer van nobrow’. Daarmee is de journalist een Fremdkörper op de eerbiedwaardige gastenlijst van de jaarlijkse intellectuelentop van het Tilburgse Nexus-Instituut, die wordt gehouden in de Amsterdamse Passagiers Terminal. Schrijvers, parlementsleden, filosofen en sociologen (onder wie dit keer de schrijver Maria Vargas Llosa) vergaderen morgen over democratie in tijden van populisme.
Meer highbrow dan de Nexus-conferentie bestaat niet. Wat verwacht u ervan?
“Ik denk dat het debat zal gaan over de rol van de elite in de samenleving, en over de vraag hoe de oude culturele elite zich zal handhaven,” zegt Seabrook telefonisch vanuit Londen. “Met dit boek op mijn naam is mijn rol misschien die van doelwit, waar de overige conferentiedeelnemers vrij op kunnen schieten. Ik maak geen deel uit van het academische discours; ik ben pragmatisch ingesteld en sta ambivalent tegenover de ontwikkeling die ik in Nobrow beschreven heb.”
|