Geknipt voor u
26/04/2008
Vrij Nederland
Euro alibi
26/04/2008
Vrij Nederland
Euro alibi

 

[column over conferentie 2008]
Zie ook: Vrij Nederland

 

 

Toen Robert Musil, de schrijver van de roman De man zonder eigenschappen, zich in 1926 afvroeg of hij zijn essays in een boek moest verzamelen, begon een voor hem karakteristiek mentaal gemier: waren die essays wel goed genoeg, waren het niet altijd gelegenheidsstukken, zat er wel samenhang in, had hij het eigenlijk niet altijd over bijzaken gehad en nooit over ‘het wezenlijke’? Wat hij in zijn eigen essays zoekt, is zichzelf. Hij wil een verborgen samenhang tegenkomen die hijzelf nog niet kent; hij zoekt ‘een mogelijk wereldbeeld, een mogelijke persoon’. Waarmee gezegd is dat Robert Musil zijn eigen identiteit niet bepaald op zak had en hem als een witte zakdoek tevoorschijn kon halen om er pacificerend mee te zwaaien als bewijs dat hij wel degelijk in het bezit was van zo’n identiteit.

Musil was wat men noemt een gecompliceerde persoonlijkheid, die essays schreef maar zichzelf geen essayist vond, die het steeds over filosofie had, maar zich geen filosoof voelde. Van opleiding was hij ingenieur, maar hij werd een soort filosoof en een schrijver met essayistische neigingen. Zelf noemde hij zich een dichter. Binnen deze verwarring wist Musil het nog iets ingewikkelder te maken door zijn belangrijkste personage te voorzien van ‘mogelijkheidszin’, het besef dat de werkelijkheid niet iets is wat vastligt, maar een wereld van mogelijkheden is. Hij bevindt zich altijd met één been niet in zijn identiteit, maar in wat hij ook nog kan zijn. Een mens plamuurt zichzelf niet dicht.

Dit van Musil wetend, verbaasde het mij een uitspraak van hem tegen te komen die hiermee in tegenspraak lijkt. Hij komt voor in de brochure waarmee de volgende Nexus-conferentie in Amsterdam (14 juni) onder de titel Identity, please! wordt ingeleid door Rob Riemen. Musil zou hebben geschreven: ‘Jede Zeit muss ein Richtbild haben, wozu sie da ist; einen Ausgleich zwischen Theorie und Ethik, Gott und zo weiter...’ Dat elke tijd een Richtbild zou moeten hebben is wel een erg grote wens. Je zou nog kunnen denken dat een bepaalde tijd bij het terugkijken een Richtbild blijkt te hebben gehad (renaissance, verlichting, romantiek), maar het zou wel griezelig zijn als iedereen zich op het moment en in de tijd zelf bewust zou zijn van een voor iedereen geldend Richtbild, een duidelijke voorstelling van waar een land, cultuur, tijd of beschaving zich naar zou moeten richten. Het is mij te alomvattend.

De inleiding van Riemen is een aardig staaltje geven en nemen als het om het bestaan van een Europese identiteit gaat. Riemen gaat ervan uit dat die bestaat in de gedaante van het ‘beschavingsideaal’ genaamd ‘Europees humanisme’. Hij vult dat ook in door als kenmerken menselijke waardigheid, kosmopolitisme, vreedzaamheid, vrijheid, sociale gerechtigheid, verscheidenheid van talen en tradities te noemen.

Je zou zeggen dat dit toch aardige bouwstenen zijn voor iets wat bij elkaar karakteristiek is voor Europa, ook al hoeven we dat geen afgeronde identiteit te noemen. Maar Riemen doet dan ineens weer alsof die bouwstenen niet meer bestaan en vraagt aan de sprekers antwoord op de vraag: ‘Wat is onze maatstaf, ons Richtbild. Waaraan ontlenen we onze identiteit?’ Het Europese humanisme blijkt ineens ‘geen uniform begrip’ te zijn, maar ‘altijd onvoltooid’.

Het is natuurlijk duidelijk: er is veel verwarring in Europa omdat globalisering, het verwijt van ‘Eurocentrisme’, grof kapitalisme, juridisering, fundamentalisme, xenofobie en geweld de voor Europa kenmerkende idealen dreigen te marginaliseren. Dat wil nog niet zeggen dat die Europese bouwstenen op zichzelf niet vitaal en levend zouden zijn. Maar een zo ronde en afgemeten Identiteit als waar Rob Riemen om vraagt, is weer te veel gevraagd – er moet ruimte blijven voor het uitleven van de mogelijkheidszin. Riemen weet dat zelf ook als hij het over het onvoltooide van het Europese humanisme heeft. Zijn inleiding zwalkt vervaarlijk, maar is toch voldoende alibi om benieuwd te zijn naar wat Francis Fukuyama, Michael Ignatieff, Jonathan Israel, George Steiner en andere grote geesten erop te zeggen hebben.

 

 

 

Carel Peeters

 

 

 

 

 

 
 

 

Main Sponsor
   Nederlands

 

 

Search
Bookmark this page
Share on Digg Share on Facebook Share on Yahoo Share on Google