Geknipt voor u
25/11/2006
Het Parool/Humo
De mailbox van Arnon Grunberg
25/11/2006
Het Parool/Humo
De mailbox van Arnon Grunberg

 

Elke week richt schrijver Arnon Grunberg zich in een open e-mail tot een persoon die in het nieuws is of iemand die hij tijdens zijn reizen of anderzins ontmoet.Vandaag: de Britse schrijver en filosoof

 

 

Aangezien ik al een tijdje niet meer in Nederland woon, had ik verzuimd op te merken dat u figureert in een televisieserie van Wim Kayzer. Maar het zou te gek zijn deze lacune in mijn kennis te wijten aan het gebrek aan Nederlandse tv dat ik heb opgelopen. Temeer daar het de vraag is of de tv series zoals die van Wim Kayzer zou moeten willen uitzenden. Waarom zou de tv zich niet bepreken tot waarin het uitblinkt: het produceren van vermakelijke rotzooi?
Het is een stelling die bijvoorbeeld wordt verdedigd door Neil Postman in zijn boek ‘Amusing ourselves to death’. Ik had uw werk natuurlijk moeten lezen. En de liefhebbers van boekprogramma’s op televisie wijzen erop welke economische voordelen aan zo’n boekprogramma zitten. Toen de schrijver Jonathan Frantzen op de uitverkiezing van zijn roman door Oprah’s Book Club met een boycot van Oprah reageerde, werd hij voor snobistisch uitgemaakt. Aan onze afkeer van lagere cultuur zit een grens. Een paar miljoen exemplaren is die grens.
Nu, het was buitgewoon plezierig u op de Nexus Conferentie in Amsterdam te ontmoeten. Mijn vriend Mark Schaevers stuurde me een interview dat hij eerder dit jaar met u had gehouden. Zo mocht ik lezen over uw voorliefde voor de vossenjacht.
Voor een conservatieve snob met humor uit het Verenigd Koninkrijk -waarschijnlijk is die toevoeging ‘met humor’ een pleonasme- vond ik u opmerkelijk verlegen en mild. Ook uw kleding voldeed niet aan mijn verwachtingen.
Tijdens de lunchpauze kon ik in elk geval met u over de vossenjacht spreken.
De voormalige correspondent van NRC Handelsblad, die als eerste in Nederland u groot heeft gebracht, had mij de dag ervoor nog verteld dat u in de vos het kwaad zag waarop gejaagd moest worden. Zoals men in vroeger tijden een bok beladen met al onze zonden uit het kamp de woestijn in joeg, zo jaagt u op de vos. Ik kon daarvan de humor inzien, te meer daar een vroegere vriendin mij Vos noemde.
Maar eindelijk kwam het moment: het panel, waarin ook ik zat, werd door u geopend. De organisatie had u verzocht uit het hoofd te spreken, maar u las voor van een papiertje. Ach, die schijn van improvisatie hoort ook bij de lagere cultuur. Al zullen er mensen zijn die beweren dat onze zoektocht naar waarheid onmogelijk is zonder welbespraaktheid. Retoriek is geen verhuller van waarheid, maar is de vorm waarin waarheid zich kan openbaren.Ik hoop bij die groep mensen.
U betoogde dat er goede humor en slechte humor bestaat zoals er goede en slechte kunst bestaat. Toen haalde u het beroemde urinoir van Marcel Duchamp maar weer eens van stal, dat zo vaak was nagevolgd dat het geen kunst meer mocht heten. In 1995 stak wijlen Karel Appel al een tirade tegen me af over drie breinaalden achter plexiglas en dat dat tegenwoordig voor kunst doorging. Nieuw waren uw opmerkingen dan ook niet, niet qua inhoud, niet qua vorm. Dat vond ik jammer.
Vervolgens had u het over kitsch. Een vloedgolf van kitsch die aan ons gepresenteerd werd als ware kunst, ontmaskerde u in veertig seconden. Ik denk dat we om te beginnen duidelijkheid in onze begrippen moeten aanbrengen.
Alles wat als kunst wordt erkend, heet kunst. Of we het nu goed of slecht vinden. Men zou kitsch kunnen omschrijven als een hoop schoonheid zonder waarheid -wat u helaas verzuimde om te doen– maar omdat begrippen zoals waarheid en schoonheid zelf weer om definities smeken, moeten we als het om kunst gaat, misschien niet meer over kitsch spreken.
Een democratisch debat tussen pakweg Jan Peter Balkenende en Wouter Bos kan geen kitsch worden genoemd omdat het geen kunst wil zijn. De stelling democratie= kitsch heeft ook nog zin, omdat democratie geen kunst pretendeert te zijn.
Maar in het geval van kunst is die extra indeling nutteloos.Het is al lastig genoeg indelen wat we goed, slecht en matig vinden.
In navolging van het woord ‘kitsch’ dook ook het woord ‘commercieel’ op. Ook al een woord dat veel verduistert. Goed, niemand wil commercieel zijn, op de televisiemensen na. Maar laten we niet vergeten dat de deelnemers aan ons debat redelijk betaald werden voor hun bidrage van gemiddels acht minuten en twaalf seconden. Dat is misschien niet commercieel, maar het is wel handel. Ook al daarom lijkt het mij lichtelijk hypocriet in handel de vijand van de kunst te zien. Zonder de ijverig handelende bourgeoisie zouden wij waarschijnlijk het voorbeeld van Marcel Duchamp nooit hebben kunnen noemen. Als beschermheer van de schone kunsten is er veel goeds over de aristocratie te zeggen, maar om urinoirs hebben ze zich nooit bekommerd.En derde onnuttig en misschien zelfs onzindelijk begrip is dat van lage cultuur versus hoge cultuur. Geen mens twijfelt eraan dat zij die deze begrippen hanteren, Dostojevski hoge cultuur vinden en pakweg de Nederlandse schrijver Kluun – dat woord alleen al- lage. Juist door dit zo te benadrukken lijkt men niet geheel zeker van de zaak. En misschien is dat ook zo. De macht van het getal maakt ons oncomfortabel. Maar het getal kan zich ook vergissen. Net als de jager. En net als de vos.
Hartelijk groet,
Arnon Grunberg

 

 

 

Arnon Grunberg

 

 

 

 

 

 
 

 

Subsidiënt
Logo Universiteit Tilburg Engels

Gemeente Tilburg

Logo Provincie Brabant
   English

 

 

Zoeken
Bookmark this page
Share on Digg Share on Facebook Share on Yahoo Share on Google